On July 12, 2023, the European Commission a proposal amending the 2012 Victims' Rights Directive.
Deze richtlijn formuleert een aantal belangrijke rechten voor slachtoffers van misdrijven, waaronder het recht op informatie over de strafvervolging, en het recht om in het strafproces schadevergoeding te vorderen van de verdachte. Deze rechten zijn sinds 2016 in alle lidstaten van de EU geïmplementeerd. Uit de recente evaluatie van de richtlijn bleek echter dat bepaalde rechten onduidelijk zijn geformuleerd en dat lidstaten veel speelruimte hebben bij de implementatie ervan. Dit doet afbreuk aan de effectiviteit van de rechten. Daarom heeft de Europese Commissie voorgesteld de Richtlijn verder aan te scherpen.
European Commission proposal
Three of those proposals I discuss here, namely:
- Victims should be able to challenge court decisions that affect their rights.
- The victim should be able to obtain a decision on compensation within the criminal process, without having to initiate separate (civil) proceedings.
- The State must pay the compensation imposed by the criminal court to the victim immediately after the verdict (upfront payment). The State can then try to recover this amount from the offender.
What does this mean for the Dutch situation?
In Nederland zijn de rechten uit de Slachtofferrichtlijn 2012 goed geïmplementeerd. Nederland kent zelfs als een van de weinige EU-landen al een upfront payment for the violent and moral crimes. Toch zal de Nederlandse wet moeten worden aangepast als de voorstellen van de Europese Commissie worden aangenomen door het Europees Parlement en de Raad. Op welke punten voldoet de Nederlandse regelgeving nog niet?
No independent remedy for the victim
Het slachtoffer kan nu niet zelfstandig hoger beroep of cassatieberoep instellen als het verzoek om schadevergoeding door de strafrechter (deels) niet-ontvankelijk is verklaard. Het slachtoffer kan deze beslissing alleen aanvechten als het Openbaar Ministerie (OM) of de verdachte in hoger beroep gaat en hij daarop kan meeliften. In het wetsvoorstel Modernisering Wetboek van Strafvordering was aanvankelijk wel voorzien in een zelfstandig rechtsmiddel voor het slachtoffer/benadeelde partij, maar dat is er later uitgehaald. Als de Europese voorstellen worden aangenomen, dan dient het Wetboek van Strafvordering op dat punt dus te worden herzien. De afhankelijkheid van de benadeelde partij van het doen en laten van het OM en de verdachte, wordt met een eigen rechtsmiddel in belangrijke mate opgelost.
Compensation in criminal proceedings
De vordering tot schadevergoeding kan nu (deels) niet-ontvankelijk worden verklaard als de beoordeling een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Uit onderzoek blijkt dat in de praktijk in 60% van de gevallen op basis van dit criterium in het strafproces een gehele of gedeeltelijke niet-ontvankelijkheid volgt. De veronderstelling is dat in die gevallen het slachtoffer zijn vordering bij de civiele rechter kan aanbrengen. In de praktijk gebeurt dit bijna nooit. De financiële en emotionele kosten van een aparte procedure zijn meestal te hoog, en de in civilibus toegewezen vordering is niet te incasseren bij de dader. De voorschotregeling kan in civilibus niet worden toegepast. De nieuwe EU-voorstellen leiden ertoe dat deze escape can no longer be utilized by the criminal court. The criminal court must assess the substance of the claim. Inadmissibility and referral to civil proceedings due to complexity is then no longer allowed. The Code of Criminal Procedure also needs adjustment on this point.
Advance arrangement
Ook de voorschotregeling voldoet niet aan de aangescherpte EU-voorstellen. Weliswaar kent Nederland zoals gezegd als één van de weinige landen in de Europese Unie op dit moment al de regeling dat de Staat een door de strafrechter toegewezen schadevergoeding aan het slachtoffer betaalt als de dader daarin niet kan voorzien, maar deze voldoet op twee punten nog niet aan de aangescherpte conceptrichtlijn. Ten eerste geldt de Nederlandse voorschotregeling alleen ongemaximeerd voor de gewelds- en zedenmisdrijven. Slachtoffers van andere misdrijven krijgen (slechts) tot een maximum van € 5.000 vanuit de staatskas betaald, en zijn voor de resterende schade afhankelijk van het bedrag dat op de dader kan worden verhaald. De Richtlijn slachtofferrechten ziet echter op slachtoffers van all crimes, so also on victims of property crimes such as Internet scams. According to the draft directive, victims of property crimes must also receive from the State a upfront payment receive the entire amount awarded by the criminal court. The same applies to victims of violent crimes that are not currently explicitly mentioned in the advance payment scheme (Article 4:14, second paragraph, Decree on Enforcement of Criminal Decisions). These are, for example, the crimes from the International Crimes Act (Wim) and the War Crimes Act (WOS).
Daarnaast moet het bedrag direct na de uitspraak, (“without undue delay”) door de Staat aan het slachtoffer worden betaald. In de huidige voorschotregeling keert de Staat het bedrag (pas) uit 8 maanden nadat de beslissing onherroepelijk is geworden. In de praktijk komt dit erop neer dat bij hoger beroep of cassatieberoep een slachtoffer jaren moet wachten op compensatie. Uit de tekst van de conceptrichtlijn in combinatie met de toelichting daarop lijkt te volgen dat de Uniewetgever een dergelijk tijdsverloop te lang vindt.
In conclusion
Het moet gezegd: het gaat hier om wijzigingen die diep ingrijpen in de structuur van het Nederlands straf (proces)recht waar het slachtoffer niet als procespartij wordt aangemerkt. De voorstellen hebben bovendien substantiële budgettaire gevolgen. In ons land adviseerde de Commissie Donner mede om die reden de voorschotregeling te maximeren, welk voorstel overigens niet is gevolgd door minister Weerwind. Recent heeft ook Hartlief kritiek geuit op de huidige voorschotregeling (“Blanco regeringscheques voor strafrechters” NJB blog June 27, 2023). However, this national debate is being overtaken by the EU proposals, showing once again that for some time now the field of victim law has not been determined solely by the Dutch legislature. It is the European Union that is increasingly the defining architect of the post-crime compensation system.
