Voor onze cliënten en hun naasten zijn veel dingen vanzelfsprekend. Een van de taken van mij als personal injury lawyer is aandacht hebben voor dat waar mijn cliënten zich niet meer bewust van zijn.
Zo is voor naasten vanzelfsprekend, dat zij zorgen voor hun dierbare na een ongeval. Bij families ontstaat van nature een rooster waardoor mijn cliënt iedere dag bezoek in het verpleeghuis heeft. Bezoek dat eten heeft gekookt, de was meeneemt en ziet dat nieuwe sokken moeten worden gekocht. Partners vinden het normaal om mijn cliënt overal naartoe te brengen, omdat hij niet zelfstandig kan reizen en met door de zorgverzekeraar geregeld vervoer te laat komt bij de behandeling in het ziekenhuis. Bejaarde ouders die voor hun volledig zorgafhankelijke zoon zorgen, omdat hij onverstaanbaar is voor derden.
Als ik deze cliënten en familieleden voorzichtig vraag, of zij niet in ieder geval een deel van de meer onpersoonlijke taken willen overlaten aan een professional, is het antwoord in eerste instantie afwijzend. Ik vertel dan nog voorzichtiger dat ik wil voorkomen dat familie overbelast raakt, of de oorspronkelijke relatie (broer en zus, levenspartners) vervaagt. Dan hebben mijn cliënten ook niet meer de steun, die echt door niemand anders dan een dierbare kan worden geboden.
Shrugging shoulders together
Vaak duurt het een tijdje, voordat mijn cliënten of hun dierbare toch vraagt naar de mogelijkheden van professionele hulp. Of vergoeding van de mantelzorg. Voor dat laatste wordt gekozen als de zorg wel door een professional kán worden geleverd. Maar het beste door een dierbare. Welke professional kan het eten maken wat jou herinnert aan jouw jeugd, en het hoogtepunt vormt van jouw dag? Welke professional kan jou geruststellen, als je alleen maar herinneringen hebt uit een ver verleden?
De wetgever heeft zich gerealiseerd dat de steun van dierbaren aan onze cliënten essentieel is. En waardering verdient. Niet alleen in woorden, maar ook in geld (Wetsvoorstel zorg- en affection damage, Explanatory Memorandum for Consultation, p. 4). Not because I have ever even noticed that a family member makes up the money. But because the money is tangible evidence that the burden is shared together. And because the money is sometimes necessary to allow the family member to take a step back at work or in their own household in order to continue to provide informal care.
Helaas is het conceptwetsvoorstel zorgschade door de wetgever niet uitgewerkt. En zo kan het gebeuren dat een cliënt met ernstig hersenletsel, die niet meer kan koken, te horen krijgt dat geen vergoeding wordt geboden voor familieleden die bijna dagelijks langskomen om zijn leven draaiend te houden. Door kortsluiting op te lossen en ervoor te zorgen dat zijn administratie wordt gedaan. Want het zou niet normaal en gebruikelijk zijn om die taken uit te besteden aan een professional (wat overigens niet klopt).
Ik hoop dan ook van harte dat niet sommige, maar alle verzekeraars de schouders willen zetten onder de last die mantelzorgers dragen. Uit redelijkheid. En menselijkheid. Voor slachtoffers én hun naasten.
If you have questions about this blog, please contact the author, Christa Wijnakker
