Beer advocaten

aansprakelijkheidsrecht
& letselschade
aansprakelijkheidsrecht & letselschade
Nl En
1Banner_2_Rijksmuseum_brug.png - 18.12.2015 | Uitspraak in zaak van cliënt met OPS en mesothelioom als gevolg van zijn werk
 

18.12.2015 | Uitspraak in zaak van cliënt met OPS en mesothelioom als gevolg van zijn werk

Een woningbouwvereniging heeft een cliënt van Lydia Charlier in het verleden tijdens zijn werk aan een scala van schadelijke stoffen blootgesteld. De cliënt heeft daardoor eerst een OPS (in de volksmond: ‘schilderziekte’) en later de fatale asbestziekte mesothelioom opgelopen.

Over de OPS werd met succes geprocedeerd. De zaak werd echter tijdens de lopende procedure geregeld toen cliënt in 2007 onverwacht de diagnose mesothelioom te horen kreeg. Een onverkwikkelijk bericht volgde: de woningbouwvereniging wenste niet aan de bemiddeling van het IAS (Instituut Asbestslachtoffers) deel te nemen. Ook voor de gevolgen van de asbestblootstelling was het daarom nodig te procederen en een spoedige afwikkeling van de zaak werd onmogelijk. Onze cliënt heeft de uitkomsten van die procedure helaas niet meer mogen meemaken. Hij overleed op 27 maart 2008.

Werd de asbestzaak in eerste aanleg gewonnen, het geduld van de nabestaanden werd al snel andermaal op de proef gesteld: de woningbouwvereniging ging in hoger beroep. De erven hebben hun echtgenoot en vader beloofd de procedure door te zetten en zijn hun belofte nagekomen. 7,5 jaar na zijn overlijden komt het hof tot het oordeel dat ook in deze zaak de erven slagen in het bewijs van de blootstelling. Dat de ziekte door asbest is veroorzaakt, is evident. De zorgplicht is volgens het hof geschonden. Het beroep van de werkgever op blootstelling elders slaagt niet. Het beroep op art. 6:99 BW omtrent hoofdelijke aansprakelijkheid slaagt wel: omdat cliënt elders - buiten zijn verantwoordelijkheid om - ook als werknemer is blootgesteld, zijn de beide werkgevers hoofdelijk aansprakelijk. De woningbouwvereniging moet daarom de volledige schade betalen. Dat zij dat niet meer bij de andere werkgever terug kan halen, maakt dat volgens het hof niet anders.

Lydia Charlier: ‘Deze zaak toont dat het resultaat voor de slachtoffers vaak helaas niet gemakkelijk en niet snel komt. Mijn relatie met deze cliënt en zijn nabestaanden heeft in totaal bijna 11 jaar moeten duren. Wat blijft, is de indruk die mijn cliënten als gezin op mij hebben achtergelaten. Ze hebben het doorstaan. En dat is bijzonder.’

Voor meer vragen over deze specifieke zaak of over beroepsziekten kunt u contact opnemen met Lydia Charlier. Zij is ook bereikbaar op telefoonnummer +31206732199.

Zie hier de uitspraak.