Beer advocaten

aansprakelijkheidsrecht
& letselschade
aansprakelijkheidsrecht & letselschade
Nl En
1Banner_2_Rijksmuseum_brug.png - 12.04.2018 | Eerste Kamer stemt ook in met wetsvoorstel affectieschade
 

12.04.2018 | Eerste Kamer stemt ook in met wetsvoorstel affectieschade

Nadat eerder het wetsvoorstel tot vergoeding van affectieschade op 9 mei 2017 door de Tweede Kamer werd goedgekeurd, heeft op 10 april 2018 ook de Eerste Kamer ingestemd met dit wetsvoorstel. Dit is een belangrijke stap voor slachtoffers en nabestaanden van personenschade.

Slachtoffers van letselschade hebben in Nederland recht op volledige vergoeding van schade. Het gaat daarbij zowel om materiële als om immateriële schade. Materiële schade omvat een breed scala aan posten. Het kan gaan om kosten van uiteenlopende aard, zoals reiskosten voor ziekenhuisbezoek, huishoudelijke hulp en verzorging, maar ook om verlies van verdienvermogen (gederfde inkomsten).

Vergoeding van immateriële schade (pijn en gederfde levensvreugde) geschiedt door toekenning van een smartengeld. De hoogte van het smartengeld in Nederland staat ter discussie. Er bestaat een breed gedragen overtuiging dat het smartengeld
- ook Europees gezien - te laag ligt. Er worden op dit moment initiatieven ontplooid om te bezien of hierin verandering kan worden gebracht.

Derden hebben - behoudens een enkele uitzondering - geen recht op schadevergoeding wegens het letsel of de dood van een ander.

In het wetsvoorstel dat op 27 mei 2014 door de regering bij de Tweede Kamer werd ingediend, worden de vergoedingsmogelijkheden van derden uitgebreid:

1. In geval van ernstig en blijvend letsel van een slachtoffer krijgen diens naasten het recht op smartengeld (variërend van
€ 12.500 tot € 17.500)

2. Bij overlijden van een naaste hebben de nabestaanden recht op smartengeld (variërend van € 15.000 tot € 20.000)

In dergelijke gevallen wordt de immateriële schade ook wel aangeduid als ‘affectieschade’.

Ook wordt in het wetsvoorstel duidelijker en ruimer inhoud gegeven aan het vorderingsrecht van slachtoffers in verband met de kosten van verzorging, verpleging, begeleiding en huishoudelijke hulp. Als een naaste zorgtaken ten behoeve van het slachtoffer op zich neemt en zich daardoor genoodzaakt ziet minder te gaan werken, kan het slachtoffer de schade die daarvan het gevolg is als vergoeding vorderen.

Het wetsontwerp behelst dus een verruiming van de mogelijkheden om schadevergoeding te vorderen. Het is niet de eerste keer dat in Nederland werd voorgesteld om affectieschade voor vergoeding in aanmerking te brengen. De vorige keer werd het voorstel in de Tweede Kamer breed gedragen, maar vervolgens in de Eerste Kamer - tot teleurstelling van velen - alsnog afgestemd. Het is voor slachtoffers en nabestaanden belangrijk dat de Eerste Kamer nu wel heeft ingestemd met dit wetsvoorstel, ook omdat het erkenning geeft voor dit soort leed. Maar er is nog veel werk te doen om de positie van kwetsbare slachtoffers te verbeteren. Arlette Schijns: ‘Zo zouden slachtoffers van misdrijven hun schade, waaronder hun affectieschade, direct vergoed moeten kunnen krijgen van de verzekeraar van de degene die voor het misdrijf is veroordeeld. Op deze manier kunnen ook slachtoffers van misdrijven, net als slachtoffers van verkeersongevallen en medische fouten, hun schade daadwerkelijk vergoed krijgen.’

Zie ook een eerder interview met John Beer over dit onderwerp en een interview met Arlette Schijns in de uitzending van Nieuwsuur van 9 april 2018.