Beer advocaten

aansprakelijkheidsrecht
& letselschade
aansprakelijkheidsrecht & letselschade
Nl En
2Banner_2_Rijksmuseum_brug.png - Blog Arlette Schijns: affectieschade en het strafproces
 

Arlette Schijns

‘Juist slachtoffers van letselschade hebben door hun kwetsbare positie belang bij een goede advocaat, die evenwicht kan brengen in de discussie met de aansprakelijke partij. Ik wil graag mijn ervaring en expertise op het gebied van aansprakelijkheidsrecht en procesrecht aanwenden voor degenen die dat het hardst nodig hebben. Ik ben een toegewijde advocaat, strijdbaar en vasthoudend, waar nodig.’ 


CV Arlette Schijns

Studie

Radboud Universiteit Nijmegen,
afgestudeerd in 1999 (cum laude)

Advocaat sinds

2001

Grotius specialisatieopleiding Personenschade 

Grotius Academie (cum laude)

Lidmaatschappen 

LSAVASRNVvPNJV, Vereniging voor VerzekeringswetenschapWAA

Nevenfuncties

Onderzoeker Vrije Universiteit Amsterdam: het promotieonderzoek richt zich op het schadeverhaal voor slachtoffers van strafbare feiten (sinds 2014)

Bestuurslid Nederlandse Juristenvereniging, NJV (sinds 2018)

Bestuurslid Stichting Grotius Academie (sinds 2017)

Redacteur Tijdschrift Vergoeding Personenschade (sinds 2017)

Hoofddocent Burgerlijk Recht Beroepsopleiding Advocatuur (sinds 2017)

Docent Grotius Academie (sinds 2016)

Lid Kwaliteitscommissie Vereniging Letselschade Advocaten/LSA (sinds 2013)

Mede-auteur Handboek Personenschade, 'Aansprakelijkheid voor personen' (sinds 2011)

Publiceert en doceert regelmatig op het gebied van aansprakelijkheidsrecht en letselschade

 

Overzicht publicaties

Arlette Schijns

Letselschade advocaat Arlette Schijns

Blog Arlette Schijns: affectieschade en het strafproces

Auteur: Arlette Schijns

Smile Arlette

Affectieschade en het strafproces

Vanaf 1 januari 2019 is het zover: de lang verwachte Wet Affectieschade treedt in werking. Wat gaat er veranderen?

Nabestaanden ontvangen een bedrag aan smartengeld

Tot op heden hebben nabestaanden geen recht op smartengeld als hun naaste om het leven komt door de schuld van iemand anders. Een van de moeilijkste aspecten van de letselschadepraktijk vond ik tot nu toe de uitleg aan ouders van een door een verkeersongeval of misdrijf omgekomen kind dat zij geen recht hebben op smartengeld. Datzelfde gold voor mensen die hun levensgezel verloren: zij hadden geen recht op vergoeding van hun leed. Nederland liep hiermee achter ten opzichte van veel andere landen in Europa. Aan die achterstand komt per 1 januari 2019 een einde. Voor ongevallen en misdrijven vanaf die datum geldt dat nabestaanden wel vergoeding van hun immateriële schade kunnen krijgen van degene die aansprakelijk is voor het overlijden van hun naaste. Het gaat om bedragen die variëren van € 12.500 tot € 20.000, afhankelijk van de relatie tot de overledene. Ook van belang is of het overlijden is veroorzaakt door een misdrijf of een ongeval.

Stel dat een 20-jarige jongen overlijdt als gevolg van een verkeersongeval dat is veroorzaakt door een dronken automobilist. De jongen woonde op dat moment bij zijn moeder, die gescheiden leeft van de vader van het kind. Omdat het hier om een verkeersmisdrijf gaat, heeft de moeder van het thuiswonende overleden kind recht op een bedrag van € 20.000. De vader heeft recht op een bedrag van € 17.500. Als de automobilist niet dronken zou zijn geweest, maar als de aanrijding een “gewoon” verkeersongeval zou zijn, dan moet de veroorzaker van het verkeersongeval de moeder een bedrag van € 17.500 betalen, en de vader een bedrag van € 15.000.

Stel dat de overleden jongen ook nog twee broers en een zus had gehad. Hebben de broers en de zus van het slachtoffer ook recht op vergoeding van affectieschade? In beginsel niet. Dat is anders als de broers of zus ieder voor zich aannemelijk kunnen maken dat hij/zij een “nauwe persoonlijke relatie” onderhield(en) met het slachtoffer. In dat geval moet de veroorzaker ook aan de broers/zus smartengeld betalen, tot een bedrag van € 15.000 bij een ongeval en € 17.500 als het slachtoffer door een misdrijf is overleden.

Het belang van een aansprakelijkheidsverzekering

De veroorzaker van het overlijden is degene die de bovengenoemde bedragen moet betalen. Bij een slachtoffer dat als gevolg van een ongeval overlijdt en een levensgezel, twee minderjarige kinderen, twee ouders en twee zussen achterlaat, kan het bedrag aan te vergoeden affectieschade al snel oplopen:

Levensgezel: € 17.500
Ouder 1: € 15.000
Ouder 2: € 15.000
Kind 1: € 17.500
Kind 2: € 17.500
Zus 1: € 15.000
Zus 2: € 15.000
Totaal: € 112.500

Bij een misdrijf valt het totaalbedrag aan te vergoeden affectieschade in dit geval nog hoger uit:

Levensgezel: € 20.000
Ouder 1: € 17.500
Ouder 2: € 17.500
Kind 1: € 20.000
Kind 2: € 20.000
Zus 1: € 17.500
Zus 2: € 17.500
Totaal: € 130.000

Wie deze bedragen tot zich laat doordringen, zal begrijpen dat de vraag of de affectieschade van nabestaanden daadwerkelijk wordt vergoed, afhangt van de vermogenspositie van de veroorzaker, en of deze beschikt over een aansprakelijkheidsverzekering die tot uitkering komt. Bij een verkeersongeval of overlijden als gevolg van een medische fout of arbeidsongeval zal dat in de praktijk geen problemen opleveren. Is het slachtoffer echter overleden als gevolg van een geweldsmisdrijf, dan zal de aansprakelijkheidsverzekeraar van de dader weigeren om een vergoeding uit te keren, omdat opzettelijk veroorzaakte schade niet wordt gedekt. Zie over dit probleem en mijn oplossing daarvoor mijn onderzoek “Naar een verzekerd slachtofferrecht”.

Affectieschade in het strafproces

Voor de nabestaanden van een slachtoffer van een misdrijf bestaat er gelukkig toch een mogelijkheid om affectieschade vergoed te krijgen. Zij kunnen zich in het strafproces voegen en daar dan (vanaf 1 januari 2019) vergoeding vorderen van affectieschade. Als de strafrechter die vordering toewijst, zal de Staat het toegekende bedrag aan de nabestaanden uitkeren (onder de zogenoemde voorschotregeling) en zelf verhaal nemen op de veroorzaker. Dat brengt wel een opdracht aan de strafrechter mee, om dit soort vorderingen ook echt inhoudelijk te beoordelen en niet door te verwijzen naar de burgerlijke rechter. In mijn eigen praktijk wijs ik de strafrechter er veelal op dat het strafproces voor slachtoffers van misdrijven en hun nabestaanden de enige mogelijkheid is tot effectief schadeverhaal.

20 december 2018

 

Voor meer informatie over dit blog kunt u contact opnemen met de auteur, Arlette Schijns.